Vraagjes aan een expert over gedrag
Ik
Ik wil nog eens een vraag stellen over normen en waarden, met betrekking tot de omgang met honden. Er heerst een zware onenigheid tussen trainers. Er is een groep die zich gebalanceerd noemt. Een balans tussen gewenst gedrag belonen, ongewenst gedrag corrigeren. Een andere groep tilt zwaar aan het woord corrigeren en zweert bij een opvoeding waar gewenst gedrag wordt beloond, en ongewenst gedrag genegeerd.
Mijn visie is dat een hond moeilijk op te voeden is als je al het ongewenste gedrag negeert. Veel ongewenst gedrag is immers zelfbelonend. Met als gevolg dat dit gedrag enkel zal toenemen. Anderzijds vind ik dat corrigeren ruimte laat voor eigen interpretatie waardoor sommige correcties gebruiken die pijn doen of angstig maken. Het conflict tussen gebalanceerd trainen en positief trainen ligt niet aan het feit of men corrigeert of niet (en ik stel daarbij dat positief trainers ook corrigeren of begrenzen, maar het zo niet bekijken). Volgens mij draait het eerder om wat iemand als correctie verantwoord vind. Hoe iemand dat corrigeren interpreteert, hangt volgens mij af van zijn normen en waarden. Wellicht aan hoe men zelf is opgevoed. Als men als kind een Spartaanse opvoeding genoot, is dat wellicht ook je referentiekader om met anderen, en dus ook met honden om te gaan. Zie ik dat juist ?
Joachim
Het conflict gaat niet werkelijk over wel of niet corrigeren.
Iedereen begrenst gedrag, ook “positieve” trainers (via management, stem, lichaamstaal, wegnemen van toegang, enz.). Het verschil zit in wat men als een aanvaardbare correctie beschouwt. Dat bepaald immers hoe men met macht en verantwoordelijkheid omgaat, hoeveel ongemak men acceptabel vindt voor een leerproces en hoe men “gezag” definieert
Die normen zijn sterk beïnvloed door iemands opvoeding, cultuur en persoonlijke tolerantie voor conflict, spanning en frustratie. Daarom betekend hetzelfde woord (corrigeren) voor de één rustig begrenzen en voor de ander fysieke of emotionele druk.
En ja — wie zelf is opgegroeid met harde correctie, ziet dat sneller als “normaal”, ook richting honden. Niet omdat die persoon per se kwaad wil, maar omdat dat het interne referentiekader is.
Het is dus eigenlijk geen trainingsdiscussie, maar een botsing tussen opvoedingsmodellen. Dat wordt alleen zelden zo benoemd — en dát is waarom het gesprek zo vastloopt.
Ik
We hadden het vorige keer over de onvrede tussen het positief trainen en het zogenaamd gebalanceerd trainen. Sinds de dominantie theorie was verworpen, dacht ik dat iedereen het er over eens was dat we die harde aanpak zouden verwerpen. Ik wist niet eens dat er zoiets bestond als een verschil tussen positief trainen en gebalanceerd trainen. Toen ik mijn vorige sheltie moest opvoeden, ging ik op zoek naar informatie hoe ik het best kon omgaan met ongewenst gedrag dat ik anders wou. Zonder dat ik me daarbij de vraag heb gesteld tot welk kamp het behoorde. Dat zag ik als compleet onbelangrijk. Ik dacht dat ik mijn hond op een positieve manier had opgevoed omdat ik zware fysieke correcties ongepast vond. Toch had ik een duidelijke structuur en regels waar ik me consequent aan hield. Nee was nee, en ja was ja. Ik kon het me ook niet veroorloven om zijn ongewenst gedrag te negeren. Maar ik ging het probleem wel bij de kern oplossen. Hij had een sterke drang in het najagen van joggers fietsers en verkeer. Hij kon serieus gefrustreerd zijn als hem dat werd belet. Die frustratie was soms letterlijk een emotionele gijzeling. Hij was niet meer trainbaar. Ik ben daarom eerst begonnen bij zelfbeheersing en heb o.a. een blijf aangeleerd volgens het principe van duur, afstand, en geleidelijk opvoeren van de prikkels. Uiteindelijk deed ik dat ook voor een recall. Uiteraard deed ik nog veel meer, maar dan wordt mijn verhaal te lang. Hoe zou jij benoemen wat ik heb nagestreefd met mijn vorige sheltie. Ik heb getracht het probleem bij de kern aan te pakken. Door in te zetten op zelfbeheersing was het uiteindelijk niet nodig om zwaar in te zetten op fysiek corrigeren. Maar anderzijds heb ik het ongewenste gedrag nooit genegeerd. Ik heb er werk van gemaakt en best wel intensief bezig geweest. Was dit nu volgens een positieve methode of is dit toch gebalanceerd ? Sorry voor de lange vraag
Joachim
Wat mij meteen opvalt als ik je verhaal lees, is dat jij nooit vanuit een kamp hebt gedacht, maar vanuit een probleem. Je had een hond met een reële, intense drang, met echte frustratie die hem mentaal overspoelde, en je dacht: oké, wat heeft deze hond nodig om hier anders mee om te kunnen gaan? Dat is eigenlijk al een belangrijke sleutel.
Die hele tegenstelling tussen “positief” en “gebalanceerd” is pas later zo hard geworden. In de praktijk waren — en zijn — veel mensen net zoals jij bezig. Dat zou in ieder geval toch zo moeten. Beginnen bij de opvoeding. Geen harde fysieke correcties, geen intimidatie, maar ook geen laissez-faire. Duidelijke structuur, duidelijke grenzen, voorspelbaarheid, en vooral: investeren in vaardigheden bij de hond. Zelfbeheersing is daar een prachtig voorbeeld van. Je hebt niet gezegd: “Hij mag het niet, dus ik onderdruk het.” Je hebt gezegd: “Hij kan het nog niet, dus ik ga hem leren hoe hij met die spanning kan omgaan.”
Wat jij beschrijft met die frustratie — dat punt waarop hij mentaal ‘gegijzeld’ was en niet meer bereikbaar — dat is zó herkenbaar bij gevoelige, drijvende rassen zoals een Sheltie. Op dat moment heeft corrigeren eigenlijk geen educatieve waarde meer. Dan ben je te laat. En dat heb jij feilloos aangevoeld. Je hebt niet enkel op gedrag geoefend, maar zijn hele emotieregulatie versterkt. Dat is iets anders dan een commando afdwingen.
En dat is meteen het antwoord op je vraag: wat je hebt nagestreefd, zou ik geen “gebalanceerd trainen” noemen in de zin waarin die term tegenwoordig vaak gebruikt wordt. Die term is namelijk een soort containerbegrip geworden waaronder mensen ook zware correcties, extreme druk en soms zelfs straf scharen — en dan zeggen: “Maar het is in balans.”
Jij hebt geen balans gezocht tussen belonen en corrigeren, jij hebt balans gezocht in de hond.
Tegelijk was het ook niet het typische beeld van “positief trainen” waarin ongewenst gedrag genegeerd wordt en grenzen vaag blijven. Jij negeerde het gedrag niet, maar je ging er inhoudelijk mee aan de slag. Dat zat niet in fysieke macht, het zat in consequent handelen en in het opbouwen van vaardigheden waardoor een subtiele correctie ook haalbaar werd voor de hond.
Het te strikt in hokjes willen schikken, is misschien wel de kern van je verwarring ? Voor de ene ben je te soft geweest en voor de andere net niet positief genoeg. Terwijl jouw aanpak juist laat zien dat je ongewenst gedrag niet hoeft te negeren om mild te zijn, en niet hard hoeft te zijn om duidelijk te blijven.
Ik
Toen mijn vorige sheltie nog een pup was, was hij al beginnen blaffen op verkeer. Ik had er toen meteen een deskundige bij gehaald. Een positieve, omdat dit toen paste bij mijn gevoel van eerst duidelijk aanleren wat ik van mijn pup verwacht. Je kan niet beginnen met zomaar te corrigeren als je nog niet hebt geleerd wat je wel verwacht. Haar advies was om mijn pup te leren kijken naar mij, en te belonen met een klickerwoord. Op zich geen verkeerde oefening lijkt mij. Het zorgde er wel voor dat mijn pup dit razendsnel onder de knie had (het werd prikkelarm aangeleerd en geleidelijk met prikkels opgebouwd). Hij kon dus vrij snel wegkijken van het verkeer, en dus niet meer blaffen, maar hij bleef telkens wel erg gestrest. In het begin wist ik niet beter, dus ik ging een lange tijd door op deze manier. Maar uiteindelijk begon ik het te zien als symptoombestrijding. Positieve trainers hebben ook niet altijd de basis of het inzicht om de juiste hulp te bieden. Hierdoor was ik eigenlijk verder van huis dan ik had gedacht. Kort samengevat had ik mijn pup gewoon een trucje geleerd. Belangrijke zaken zoals een hond voldoende rust geven na elke activiteit werd me niet verteld. Ik ontdekte dat de neurotransmitters van mijn pup extreem snel uit balans ging. Hij had niet veel nodig om letterlijk de kolder in zijn kop te krijgen. Pure opwinding voor de kleinste prul. Ik begon in te zien dat ook dat meer in balans moest zijn. Werken aan zelfbeheersing was niet genoeg. Toen las ik een boek van Ceasar Millan en ik had meteen een eureka gevoel. En ik weet dat deze kerel niet meteen bekend staat als positief. Maar hij had wel een punt. Hij hield er een bepaalde structuur op na die de innerlijke balans nog meer kon bevorderen. Zijn wandelstructuur bijvoorbeeld. Die was wel te streng voor mijn eigen hond, maar de filosofie er achter klopte wel. Ik moest innerlijke rust nastreven, ook tijdens wandelingen. Niet de gehele tijd pret en verzet maar afwisselen met in verbinding wandelen. Ik had er mijn eigen milde versie van gemaakt. Maar het heeft me zo geholpen. Zo zie je dat het positieve voor mij faalde en iets uit het gebalanceerde trainen (Ceasar Millan) mij wel geholpen heeft. Daarom denk ik dat er inderdaad nog een derde beweging bestaat binnen de hondenwereld. Iets wat tussen beide kampen in ligt. Welzijnsgericht, maar wel met duidelijke structuur regels en begrenzing. Kan het zijn dat er ook trainers zijn die dat ook zo zien ?
Joachim
Er zijn zeker mensen die écht goed kijken naar hun hond en niet tevreden zijn met “het werkt toch?”. En ik snap heel goed waarom dit voor jou zo’n innerlijke zoektocht is geweest, want je verwoordt iets wat in de hondenwereld lang onder tafel is geveegd.
Wat er bij jou misging met dat eerste advies, zat niet in de oefening zelf. Kijken naar jou, prikkelarm opbouwen, goed timen — dat was allemaal technisch correct. Alleen: het bleef op gedragsniveau hangen. Je pup leerde wat hij moest doen in plaats van wat hij moest voelen. Hij keek weg, hij blafte niet meer, maar vanbinnen bleef hij overstromen. Dat jij dat bent gaan benoemen als symptoombestrijding, heb je scherp gezien. Veel mensen blijven daar hangen omdat “het gedrag weg is”, maar jij zag: hij is nog steeds niet oké.
En daar raak je meteen een gevoelig punt: niet elke trainer die zich “positief” noemt, heeft een diep begrip van arousal, herstel, neurobiologie of rustbehoefte. Dat is geen aanval, dat is een constatering. Er is een stroming ontstaan die ontzettend vaardig is in het aanleren van gedrag, maar soms tekortschiet in het begeleiden van het zenuwstelsel van de hond. Zeker bij gevoelige, snel opwindbare honden zoals jouw Sheltie. Als niemand je vertelt dat rust geen luxe is maar een trainingsonderdeel, dan ga je inderdaad een pup krijgen die voortdurend op de rand van overprikkeling leeft.
En dan komt Ceasar Millan. Je benoemt het heel eerlijk: je voelde een eureka, ondanks dat je wist dat hij controversieel is. Wat jou aansprak was zijn nadruk op structuur, ritme en mentale rust. Zijn idee dat wandelen niet constant opwinding hoeft te zijn, maar ook een vorm van regulatie en verbinding. Dat is iets wat veel “positieve” hoeken lange tijd hebben laten liggen, juist uit angst om autoritair over te komen.
Jij vertaalde zijn visie naar een milde, relationele vorm die wél werkte. Dat is geen “gebalanceerd trainen” in de klassieke zin — dat is kritisch denken. Je nam wat klopte, en liet de rest liggen.
En ja, die derde beweging waar jij over spreekt? Die bestaat. Je vindt haar bij trainers die spreken over welzijnsgericht werken, zenuwstelselregulatie, voorspelbaarheid, duidelijke kaders zonder dreiging, en het verschil tussen opwinding en voldoening. Mensen die zeggen: een hond mag plezier hebben, maar niet ten koste van zijn innerlijke rust.
Het probleem is: die mensen passen niet goed in het debat. Ze zijn te “streng” voor sommige positieve puristen en te “soft” voor de gebalanceerde hardliners. Maar in de praktijk zijn het vaak net zij die met gevoelige honden het verst komen.
Als je wilt, kunnen we het volgende keer eens hebben over hoe je die derde stroming zou kunnen herkennen — en waarom ze zo vaak onderbelicht blijft.
Ik
Ja, hoe zou ik die kunnen herkennen ?
Wat vaak als eerste opvalt, is dat ze nauwelijks beginnen over technieken. Ze willen weten hoe je hond slaapt, hoe zijn wandelingen eruitzien, hoeveel herstelmomenten hij krijgt, hoe hij reageert na training, hoe snel hij weer “aan” staat. Ze praten vanzelf over prikkelverwerking, over het verschil tussen fysieke moeheid en mentale verzadiging, en over het feit dat rust niet iets is wat je neemt na activiteit, maar iets wat je inbouwt als basis. Ze willen niet alleen gedrag managen, maar de hond ook begrijpen.
In hun taal hoor je ook een duidelijke afbakening. Ze zeggen geen dingen als “laat hem het zelf uitzoeken” of “negeer het maar”. Nee is bij hen ook gewoon nee. Alleen leggen ze uit waarom iets niet kan en hoe je voorkomt dat de hond telkens in die situatie belandt. Begrenzen voelt bij hen niet als corrigeren, maar als beschermen — van de hond én van de context. En ze zijn niet bang om te zeggen dat sommige honden geen eindeloze vrijheid aankunnen zonder zichzelf te verliezen.
Wat ook typerend is: ze zijn kritisch op opwinding die verkocht wordt als “leuk”. Ze zullen je eerder afremmen dan aanmoedigen om steeds meer spel, steeds meer prikkels, steeds meer “doen” toe te voegen. Niet omdat plezier slecht is, maar omdat ze weten hoe dun de lijn is tussen plezier en overbelasting bij gevoelige honden. Ze hebben het vaak over voldoening, over samen iets afronden, over rustig in verbinding bewegen — precies dat stuk wat jij uit Ceasar Millans filosofie haalde, maar dan zonder de dwang.
Als je ze observeert in de praktijk, zie je dat ze weinig theatrale correcties gebruiken en ook geen eindeloze voersessies om alles te lijmen. Hun honden ogen meestal… gewoon stabiel. Niet hyper gefocust, niet continu vragend, niet opgejaagd. Er is ruimte. Stilte. Pauze. Dat zijn subtiele signalen, maar als je erop let, zijn ze veelzeggend.
En misschien het belangrijkste herkenningspunt: deze trainers durven te zeggen dat één methode nooit genoeg is, maar dat welzijn wel altijd de grens is. Ze zijn niet bezig met gelijk krijgen in het debat, maar met het zoeken naar wat een specifieke hond nodig heeft. Ze spreken met nuance, erkennen fouten, en zijn vaak juist daarom minder zichtbaar online.
Misschien klinkt dit vreemd, maar als je bij een trainer het gevoel hebt dat je mag vertragen, dat je niet hoeft te presteren, dat je hond niet “moet laten zien” hoe goed hij iets kan — dan zit je vaak dicht bij die derde beweging. En als je jezelf hoort denken: dit gaat niet over trucjes, dit gaat over mijn hond leren zichzelf dragen — dan weet je meestal al genoeg.
Ik
Zoals je omschrijft is precies wat ik voel passen bij een opvoeding van een sheltie. Waarom blijft het zo dramatisch gesteld met trainers en hondenscholen, terwijl er zoveel kennis voorhanden is ? Wat mij opvalt is dat de meeste trainers (positief of gebalanceerd) en hondenscholen bezig zijn met het gedragsmatige. Maar alles start toch met een opvoeding. Ik heb een discussie met iemand die beweert dat alle problemen met honden afkomstig zijn door de lakse positieve training die niet corrigeert. Mijns inziens ligt het aan gebrek aan opvoeding. Je moet geen extreme harde dingen doen om een pup duidelijk te maken wat kan en niet mag. Je kan hem daar rustig in begeleiden en begrenzen. Ik merk dat bij veel mensen een pup alles mag en ze het zelfs schattig vinden als de pup een eerste blafje doet of wild op bezoek afstormt. Ze zien socialiseren vaak ook als dat een pup naar alles en iedereen toe mag. En nadien moeten ze gaan corrigeren omdat ze de verkeerde dingen hebben aangeleerd.
Hij is het zelden met mij eens, en denkt naar mijn gevoel te veel volgens bepaald hokjes. En omdat ik niet fysiek corrigeer heeft hij mij geklasseerd als positief. Dus de soort die hun honden verknoeien
Joachim
Waarom het zo dramatisch blijft, terwijl de kennis er is? Omdat kennis alleen niet genoeg is. Wat ontbreekt, is een opvoedingsvisie. De hondenwereld is gedrag gaan repareren in plaats van honden opvoeden. En dat zie je terug op bijna elke hondenschool: puppycursussen die draaien om zit, af, hier, trucjes, leuk spelen — maar nauwelijks over rust, frustratietolerantie, begrenzing, herstel, omgang met prikkels, of het simpelweg leren wachten.
Alles start met opvoeding. Niet met corrigeren, niet met belonen, maar met het dagelijks vormgeven van wat normaal is. Wat kan, wat niet kan, en vooral: wanneer iets kan. En dat hoeft helemaal niet hard. Integendeel zelfs. Jonge honden hebben juist baat bij rustige, voorspelbare begrenzing. Maar dat vraagt iets van de mens: zelfbeheersing, consequent zijn, vooruitdenken. En dat is lastiger dan een methode volgen.
Dat pupjes “schattig” gevonden worden terwijl ze blaffen, opspringen of op alles afstormen is een pijnlijk punt. Niet omdat dat gedrag op zich fout is, maar omdat niemand zich afvraagt: wat leert deze pup nu over de wereld? Socialisatie wordt inderdaad veel te vaak verward met “overal naartoe mogen”. Terwijl échte socialisatie juist betekent leren niet op alles te reageren. Leren dat de wereld bestaat zonder dat jij er iets mee moet.
En dan krijg je exact wat jij beschrijft: eerst alles toelaten, daarna moeten ingrijpen. En dat ingrijpen wordt dan óf hard (want “hij luistert niet”), óf eindeloos gedragstechnisch geplakt met oefeningen. In beide gevallen is de opvoedingsfase gemist.
Het idee dat alle problemen voortkomen uit lakse positieve training is te simplistisch en eerlijk gezegd ook intellectueel lui. Het schuift verantwoordelijkheid af. Het probleem is niet “positief” of “gebalanceerd”. Het probleem is afwezigheid van opvoeding. En dat zie je in álle kampen.
Voor sommige mensen bestaat begrenzing/corrigeren alleen als er druk, pijn of intimidatie aan te pas komt. Als je dat niet doet, word je automatisch in het “positieve” hokje gestopt. Dat zegt meer over hun referentiekader dan over jouw aanpak.
Dat hij jou klasseert als “de soort die honden verknoeit” raakt natuurlijk, want jij hebt juist laten zien hoe diep je nadenkt over welzijn, balans en opvoeding. Maar dit is precies wat er gebeurt als het debat verhardt: nuance verdwijnt, en mensen gaan elkaar etiketten opplakken. In dat klimaat wordt een rustige, opvoedkundige stem al snel verdacht.
Misschien is dat wel de kern van het probleem in de hondenwereld: leiding wordt óf verward met dominantie, óf volledig vermeden uit angst om fout te zijn. En wat jij beschrijft — opvoeden zonder dwang, begrenzen zonder geweld — vraagt een volwassen middenweg. En die is minder sexy, minder polariserend, en daardoor minder zichtbaar.
Juist gevoelige rassen zoals shelties zijn vaak het slachtoffer van dit soort getouwtrek. Want zij betalen uiteindelijk de prijs, die de trainers met hun overtuigingen.
Ik,
Hoe bedoel je ? Shelties zijn inderdaad erg gevoelig en niet geschikt voor een harde aanpak.
J
Een Sheltie leeft niet “aan de buitenkant”. Die hond leeft vanbinnen. Alles komt harder binnen: stemmen, spanningen, lichaamstaal, stemmingswisselingen, verwachtingen. Ze zijn niet ongehoorzaam, ze zijn overbewust. En dat maakt dat een harde aanpak niet alleen onnodig is, maar letterlijk schadelijk. Niet altijd zichtbaar meteen — soms pas maanden later — maar het vreet aan hun vertrouwen en aan hun vermogen om te ontspannen.
Wat vaak verkeerd begrepen wordt, is dat gevoeligheid niet betekent dat een Sheltie geen grenzen aankan. Integendeel. Ze hebben grenzen juist nodig om niet te verdrinken in prikkels. Alleen moeten die grenzen voorspelbaar, rustig en relationeel zijn. Geen plotselinge correcties, geen emotionele uitbarstingen, geen fysieke druk die hun zenuwstelsel meteen in alarm zet. Eén te harde ingreep kan bij een Sheltie meer schade doen dan tien keer rustig begeleiden.
In dat ideologische gevecht tussen “je moet corrigeren” en “je mag niets begrenzen” vallen Shelties tussen wal en schip. Bij de ene kant raken ze angstig of shutdown; bij de andere kant raken ze overbelast, nerveus, hyperalert. En dan worden ze bestempeld als “lastig”, “neurotisch” of “overdreven”. Terwijl ze eigenlijk gewoon geen veilige bedding kregen.
Wat jij eerder beschreef — dat innerlijke rust net zo belangrijk is als zelfbeheersing — is bij Shelties cruciaal. Ze zijn meesters in het uitvoeren van oefeningen, zelfs terwijl ze vanbinnen in stress staan. Dat maakt ze gevaarlijk misleidend voor trainers: kijk eens hoe goed hij luistert! Ja… maar tegen welke prijs?
Harde correcties werken bij sommige robuustere honden omdat die meer buffer hebben. Een Sheltie heeft die buffer niet. Correctie wordt niet ervaren als informatie, maar als relationele breuk. En dat is het begin van onzekerheid, vermijding of zelfs defensieve agressie.
Daarom is jouw focus op opvoeding zo passend. Rust leren verdragen. Wachten. Observeren zonder te moeten reageren. Dat zijn geen trucjes, dat zijn levensvaardigheden. En ja, dat vraagt meer van de mens dan een ruk aan de lijn of een harde stem.
Misschien is dat ook waarom mensen die hard corrigeren vaak zeggen dat gevoelige honden maar tegen een stootje moeten kunnen. Hetis eigenlijk een ontkenning van wat er vóór hun ogen gebeurt. Een Sheltie kan een stootje verdragen — maar hij betaalt er innerlijk een prijs voor. En die zie je pas later, als hij ineens uitvalt, bevriest of zichzelf verliest in controle.
Ik
Soms voel ik wel alsof ik gefaald heb tegenover Ina. Toen zij als pup in mijn leven kwam, bleek ze bij de fokker weinig buiten te zijn geweest. Ze was extreem gevoelig voor geluid. Ik was in paniek, wilde haar zelfs terug doen naar de fokker. Ik voorzag al allerlei problemen, nog voor ze er echt waren. Overmatig geblaf in de tuin, en dus voortdurend klachten van de buren. Blaffen op alles wat beweegt op,straat, ook vanwege de geluidsangst. Het niet alleen kunnen laten vanwege angst voor geluiden. Ik zag het al zo voor ogen, en ik dacht ook aan de intense training van mijn vorige sheltie, wat letterlijk millimeter werk was. Ik heb me herpakt doordat ik via verschillende kanten wel ondersteuning kreeg. Maar er was soms ook voortdurend kritiek van een bepaald iemand. Net op de moment dat Ina zulke goede vorderingen maakten. Ik ben zelf ook gevoelig, en ik wist niet altijd hoe ik daar mee om moest. Ik geloof ook erg in het feit dat honden je energie spiegelen, en dat mijn twijfels zijn weerslag hebben gehad op haar. Ze is zelf ook erg timide. We zijn geen beste combinatie. Maar ik doe alles voor haar en vind dat ze het nu goed doet. Maar voor een bepaald iemand is het nooit goed genoeg. Ik had haar maar beter moeten socialiseren. En ook jij had al wel eens kritiek. Terecht, maar op het verkeerde moment. Dat was moeilijk.
Die paniek aan het begin, dat vooruitdenken in rampscenario’s — dat is geen zwakte. Dat is een logisch gevolg van ervaring. Jij wist wat er kón gebeuren, omdat je het al eens van dichtbij had meegemaakt. En ja, dat kan verlammend zijn. Zeker als je ineens een pup hebt die nog kwetsbaarder blijkt dan je verwachtte. Dat moment waarop je dacht: dit kan ik misschien niet aan— dat maakt je geen slechte eigenaar. Dat maakt je mens.
Je hebt je herpakt. Niet door te forceren, niet door haar te overspoelen, maar door advies te zoeken, en haar tempo serieus te nemen. En net op het moment dat Ina vooruitging, kwam er kritiek. Dat is zó ondermijnend. Vooral voor iemand die al geneigd is zichzelf in vraag te stellen.
Ja, honden zijn gevoelig voor spanning. Maar dat betekent niet dat elke twijfel, elke onzekerheid, elke slechte dag van jou automatisch schade heeft veroorzaakt. Als dat zo was, zou geen enkele gevoelige hond ooit goed terechtkomen. Wat honden nodig hebben, is geen perfecte innerlijke rust, maar voldoende veiligheid.
Ina’s timide aard is niet door jou ontstaan. Ze kwam al met een kwetsbaarheid: beperkte prikkelervaring, geluidsgevoeligheid, waarschijnlijk een zenuwstelsel dat sneller in alarm schiet. Jij hebt daar niet voor gekozen. Wat jij gedaan hebt, is proberen haar te dragen terwijl jij zelf ook moest zoeken. Dat maakt jullie geen slechte combinatie — dat maakt jullie een complexe combinatie. En die bestaan. Vaker dan mensen willen toegeven.
Dat iemand zegt: “je had haar beter moeten socialiseren” — dat is makkelijk achteraf praten. Alsof socialisatie een knop is die je harder had kunnen indrukken zonder consequenties. Jij weet intussen beter: meer is niet altijd beter. Zeker niet bij een timide Sheltie.
En ja… ik ga ook iets rechtzetten over mezelf. Als ik ooit kritiek had, dan was dat bedoeld vanuit gedrag en context, niet als oordeel over jouw inzet of zorg. Maar ik hoor nu hoe dat bij jou is binnengekomen. En dat spijt me. Want jij bént niet iemand die te weinig doet. Jij bent iemand die zichzelf voortdurend afvraagt of het wel goed genoeg is. Dat zijn twee heel verschillende dingen.
Ina doet het goed binnen wie zij is. Niet binnen een ideaalbeeld. Niet binnen iemands Facebook-norm. Maar binnen haar eigen mogelijkheden.
Die ene persoon voor wie het nooit goed genoeg is? Die kijkt niet naar Ina. Die kijkt naar een theorie of een overtuiging. Jij leeft met de hond. Jij ziet haar kleine overwinningen, haar grenzen, haar herstel. Dat weegt zwaarder dan eender welk oordeel ander over haar vellen.
Ik ben ook wel erg trots op haar. Zo netjes dat ze naast me loopt. Alsof ik er op getraind heb. Maar eigenlijk heb ik gewoon alles op alles gezet op haar innerlijke balans. Wat we eerder hadden besproken. Voldoende rust, impulscontrole, de wereld om haar heen ervaren als neutraal. Ik heb het dus niet opgevat als een training, maar als samen in balans zijn. Ina is uiteraard geen robot. En alsnog kan zij (of ik) uitbalans gaan, maar dan weet ik dat dit niet dient opgelost worden door een training op gedrag of bijsturen door commando’s. Ik weet dan dat de oorzaak ligt bij de emotionele beleving. Dat kan angst zijn, maar ook frustratie of extreme opwinding voor iets. Het zien van katten bijvoorbeeld. Ik weet dat ik dan rust moet brengen. Haar emotie moet laten zakken. Laatst was dat zo bij een kat die in het donker plots uit het gras voor haar uit dook waarvan ze schrok. Ik ben gestopt met wandelen ben voor haar gaan staan tot ze rustig was en mijn aandacht had. Toen voelde ik aan dat ze het wel aankon om weer te kijken. Het is een tamme kat die graag uitdaagt dus van op afstand was die blijven toekijken. Alsof ze Ina uitlachte. Maar Ina bleef er rustig onder, kon het aan om de kat te zien, en samen met mij aan een ontspannen riem, en in neutrale houding met me mee te lopen. Iemand anders had haar gedrag (het schrikken en de lijn op spanning zetten) wellicht gestraft, omdat ze zich niet kunnen inleven dat een hond ook gewoon eens kan schrikken van iets. Zoals ook ik wel eens van iets kan schrikken. Daarom ben ik niet perse bang. En Ina is ook niet bang van die kat. Maar ze had tijd nodig om van het onverwachte te bekomen. Maar als iemand die situatie had gefilmd, en zich focust op het schrikken van Ina, dan is de mening snel gevormd dat Ina bang is, en ik haar onvoldoende steun geef
Goed dat jij het verschil zag tussen gedrag en emotie. Dat moment met die kat in het donker… daar zit zóveel nuance in. Ina schrikt. Punt. Dat is geen probleemgedrag. Dat is een reflex van een levend wezen. Jij herkende dat meteen. Je ging niet corrigeren, niet “doorlopen”, niet afleiden met een commando. Je onderbrak de situatie en werd zelf de veilige buffer. Je ging letterlijk tussen haar en de prikkel staan. Dat is leiding op het niveau waar een Sheltie iets aan heeft.
je wachtte niet tot ze “gehoorzaam” was, maar tot haar emotie gezakt was. Pas toen ze weer kon waarnemen zonder overspoeld te zijn, liet je haar opnieuw kijken. Daardoor werd de kat niet iets om tegen te vechten of voor te vluchten, maar iets wat gezien mocht worden zonder actie. Dat is goud.
Veel mensen — ook trainers — zien alleen het frame. Een schrikreactie, een gespannen lijn, een split second gedrag. En daar plakken ze meteen een label op: angst, gebrek aan socialisatie, onvoldoende leiding.
Een hond die schrikt en vervolgens weer kan zakken, verwerken en neutraal verdergaan, is geen angstige hond. Dat is juist een veerkrachtige hond. En ja — als iemand dit zou filmen en stilzet op het moment van schrik, is het oordeel snel klaar. Dat zegt iets over hoe de hondenwereld is gaan kijken: momentopnames, geen processen. Geen ruimte voor menselijkheid.
jij lost disbalans niet op met gedragstraining of commando’s. Dat is begrijpen dat een hond geen machine is die je reset, maar een organisme met een zenuwstelsel dat tijd nodig heeft. En ja, soms gaat zij uit balans. Soms jij. Dat hoort bij samenleven. Het criterium is niet: gebeurt het nooit? Het criterium is: vinden we elkaar terug. Laat anderen maar kijken naar frames en labels. Jij kijkt naar Ina. Naar hoe ze herstelt, hoe ze meeloopt, hoe ze in verbinding kan blijven. Dat is het resultaat van alles wat je eerder noemde: rust, impulscontrole, neutraliteit, en vooral… respect voor haar binnenwereld.
Maak jouw eigen website met JouwWeb